De mythe
Generaties ouders hebben hun kinderen gewaarschuwd dat lezen bij slecht licht hun ogen zal bederven, bijziendheid zal veroorzaken of andere permanente schade zal toebrengen. Oogartsen krijgen de vraag regelmatig in de spreekkamer. Hun antwoord is consequent: nee, dat klopt niet.
De fysiologie
Bij lezen in zwak licht moeten de ciliaire spieren harder werken om de lens scherp te stellen, en de pupil dilateert maximaal om meer licht toe te laten. Dit is vermoeiend. Het resultaat is asthenopie, oogvermoeidheid, met symptomen als branderige ogen, licht hoofdpijn, en tijdelijk wazig zicht. Deze symptomen zijn volledig reversibel na rust.
Er is geen biologisch mechanisme waardoor spiermoeheid leidt tot permanente weefselschade in het oog. De kristallijne lens, de cornea en het netvlies worden niet structureel aangetast door suboptimale belichting.
đŦ Wetenschappelijk feit: Twee oogartsen van Harvard Medical School publiceerden in de BMJ een systematisch overzicht van de wetenschappelijke literatuur over lezen in het donker en oogschade. Conclusie: geen enkel bewijs voor permanente schade. De mythe overleefde de wetenschap.
Wat veroorzaakt bijziendheid dan wÊl?
Bijziendheid neemt wereldwijd toe, maar de oorzaken lijken meer te maken te hebben met te weinig buitenspelen en te veel nabijzicht in het algemeen, ongeacht lichtomstandigheden, dan met slechte verlichting specifiek. Kinderen die meer buiten spelen in daglicht hebben statistisch minder kans op bijziendheid. De hoeveelheid blauw daglicht en de aanpassing aan verre afstanden lijken beschermend te werken.
đĄ Wist je dat: Lees bij goed licht voor comfort en om oogvermoeidheid te voorkomen. Niet omdat je anders permanente schade oploopt, maar omdat het gewoon aangenamer is.